BMR

BMR-vaccin

Combinatievaccin tegen bof, mazelen en rodehond. Twee prikken geven langdurige, sterke bescherming.

Wanneer & waarom

Mazelen, bof en rodehond zijn besmettelijke virusziekten die ernstige complicaties kunnen geven. Het BMR-vaccin beschermt het kind én draagt bij aan groepsbescherming, waardoor ook kwetsbare mensen (zoals zwangeren) beschermd worden. De eerste prik wordt rond 14 maanden gegeven, de tweede op 9 jaar.

Vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma per leeftijd BMR BMR-vaccin — 14 maanden (1e prik) BMR-vaccin — 9 jaar (2e prik) zwanger geboorte 3 mnd 11 mnd 14 mnd 4 jr 9 jr 14 jr leeftijd →
  1. 14 maanden 1e prik
  2. 9 jaar 2e prik — Voor langdurige, betrouwbare bescherming.

Het BMR-vaccin beschermt in één prik tegen drie virusziekten: bof, mazelen en rodehond. Het is een levend verzwakt vaccin: het bevat sterk verzwakte virussen die de afweer opwekken zonder de ziekte te veroorzaken.

Twee prikken geven een sterke, langdurige bescherming. Omdat mazelen extreem besmettelijk is, is een hoge vaccinatiegraad belangrijk om uitbraken te voorkomen en kwetsbare mensen te beschermen.

Ziektebeeld

Bijsluiter

De officiële, goedgekeurde bijsluiters per merk — bij het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) of het Nederlandse CBG (Geneesmiddeleninformatiebank).

Ingrediënten

De exacte samenstelling volgens de officiële bijsluiter. De werkzame stoffen wekken de afweer op; hulpstoffen zijn nodig voor onder meer houdbaarheid en toediening.

M-M-RVAXPRO

Werkzame stoffen
  • Mazelenvirus, Enders' Edmonston-stam (levend, verzwakt): ≥ 1×10³ CCID₅₀ (geproduceerd in kippenembryocellen)
  • Bofvirus, Jeryl Lynn [Level B]-stam (levend, verzwakt): ≥ 12,5×10³ CCID₅₀ (geproduceerd in kippenembryocellen)
  • Rodehondvirus, Wistar RA 27/3-stam (levend, verzwakt): ≥ 1×10³ CCID₅₀ (geproduceerd in humane diploïde longfibroblasten WI-38)
Hulpstoffen
  • Poeder: sorbitol (E420), natriumfosfaat, kaliumfosfaat, sucrose, gehydrolyseerde gelatine, medium 199 met zouten van Hanks, MEM, mononatrium-L-glutamaat, neomycine, fenolrood, natriumbicarbonaat, zoutzuur en natriumhydroxide (voor pH)
  • Oplosmiddel: water voor injecties

Bron: bijsluiter (M-M-RVAXPRO)

Samenstelling van complexe bestanddelen

Sommige hulpstoffen zijn celkweekmedia of zoutoplossingen die zélf uit veel stoffen bestaan. Hieronder hun volledige standaardsamenstelling.

Medium 199 (M199)
Aminozuren

L-arginine, L-cystine, L-glutamine, glycine, L-histidine, L-isoleucine, L-leucine, L-lysine, L-methionine, L-fenylalanine, L-serine, L-threonine, L-tryptofaan, L-tyrosine, L-valine, L-alanine, L-asparaginezuur, L-cysteïne, L-glutaminezuur, hydroxy-L-proline, L-proline

Vitamines

D-calciumpantothenaat, vitamine E (alfa-tocoferolfosfaat), vitamine C (ascorbinezuur), biotine, vitamine D (calciferol), foliumzuur, i-inositol, nicotinamide, cholinechloride, vitamine K (menadion), nicotinezuur, vitamine B6 (pyridoxine), vitamine B2 (riboflavine), vitamine B1 (thiamine), para-aminobenzoëzuur (PABA), vitamine A (acetaat)

Anorganische zouten

calciumchloride, kaliumchloride, ijzer(III)nitraat, magnesiumsulfaat, natriumchloride, natriumbicarbonaat

Overige

adenosinemonofosfaat (AMP), adenosinetrifosfaat (ATP), cholesterol, 2-deoxy-D-ribose, D-glucose, glutathion, guanine, hypoxanthine, fenolrood, D-ribose, natriumacetaat, thymine, adeninesulfaat, uracil, xanthine, polysorbaat 80 (Tween 80)

Standaard M199 (Morgan-Morton-Parker, 1950), met L-glutamine, fenolrood en natriumbicarbonaat.

Bron: AMSBio — Medium 199 (M199) formulering

Minimum Essential Medium (MEM)
Aminozuren (essentieel)

L-arginine, L-cystine, L-glutamine, L-histidine, L-isoleucine, L-leucine, L-lysine, L-methionine, L-fenylalanine, L-threonine, L-tryptofaan, L-tyrosine, L-valine

Vitamines

cholinechloride, foliumzuur, myo-inositol, nicotinamide, D-pantotheenzuur, pyridoxal (vitamine B6), vitamine B2 (riboflavine), vitamine B1 (thiamine)

Anorganische zouten

calciumchloride, magnesiumsulfaat, kaliumchloride, natriumbicarbonaat, natriumchloride, natriumdiwaterstoffosfaat

Overige

D-glucose, fenolrood

Standaard-MEM (Earle’s zouten) bevat alleen essentiële aminozuren + L-glutamine; niet-essentiële aminozuren zijn een optionele toevoeging (MEM-NEAA).

Bron: Sigma-Aldrich — Minimum Essential Medium Eagle (MEM) productinformatie

Hank's zouten (HBSS)
Anorganische zouten

calciumchloride, kaliumchloride, kaliumdiwaterstoffosfaat, magnesiumsulfaat, natriumchloride, dinatriumwaterstoffosfaat

Overige

D-glucose

Variant-toevoegingen (afhankelijk van formulering)

natriumbicarbonaat (0,35 g/L, bij gebruik toegevoegd), fenolrood (pH-indicator), magnesiumchloride

Een zoutoplossing (geen volwaardig kweekmedium): zouten + glucose, met pH-buffering. Volgens Hanks & Wallace (1949).

Bron: PanReac AppliChem (ITW Reagents) — Hank’s Balanced Salts (HBSS)

Dit is de standaardformulering; de exacte samenstelling kan per fabrikant licht verschillen. Deze informatie staat niet in de bijsluiter en is hier als aanvullende transparantie opgenomen.

Bijwerkingen

Hieronder staan álle bijwerkingen die in de bijsluiter van M-M-RVAXPRO worden genoemd, gegroepeerd op hoe vaak ze voorkomen. Klik op een categorie om de lijst te openen. De meeste bijwerkingen zijn mild en gaan vanzelf over.

zeer vaak bij meer dan 1 op de 10 mensen 4
  • koorts (38,5 °C of hoger)
  • roodheid op de injectieplaats
  • pijn op de injectieplaats
  • zwelling op de injectieplaats
vaak bij 1 tot 10 op de 100 mensen 2
  • huiduitslag (waaronder uitslag die op mazelen lijkt)
  • blauwe plek op de injectieplaats
soms bij 1 tot 10 op de 1.000 mensen 5
  • neusverstopping en keelpijn, bovenste-luchtweginfectie of virale infectie, loopneus
  • huilen
  • diarree, braken
  • netelroos (galbulten)
  • huiduitslag op de injectieplaats
niet bekend frequentie kan niet worden geschat 19
  • aseptische meningitis (koorts, misselijkheid, braken, hoofdpijn, stijve nek, lichtgevoeligheid)
  • ontsteking van de zaadballen (orchitis) of bijbal (epididymitis)
  • ontsteking van de speekselklieren (parotitis)
  • opgezwollen lymfeklieren
  • vaker blauwe plekken of bloedingen (trombocytopenie)
  • ernstige allergische reactie (anafylaxie), angio-oedeem
  • prikkelbaarheid
  • toevallen (stuipen) met of zonder koorts; wankelend lopen (ataxie); duizeligheid; ontsteking van het zenuwstelsel (encefalitis)
  • syndroom van Guillain-Barré
  • hoofdpijn; flauwvallen; tintelingen of gevoelloosheid (paresthesie/polyneuropathie)
  • oogontsteking (conjunctivitis) of ontsteking van het netvlies (retinitis)
  • doofheid
  • hoest; longontsteking; kramp van de luchtwegen
  • misselijkheid
  • jeuk; ernstige huidreacties (o.a. Stevens-Johnsonsyndroom)
  • gewrichtspijn en/of -zwelling; spierpijn
  • branderig gevoel op de injectieplaats
  • algeheel onwel voelen; zwelling
  • ontsteking van de bloedvaten (vasculitis)

Volledige informatie staat in de bijsluiter: M-M-RVAXPRO · Priorix

Gemelde bijwerkingen — Bijwerkingencentrum Lareb

Lareb monitort de BMR-prik via meldingen en vragenlijstonderzoek. In het vragenlijstonderzoek onder 9-jarigen (ruim 8.000 deelnemende ouders, 2025) rapporteerde 73% ten minste één klacht. Reacties op de prikplaats en hoofdpijn worden het meest gemeld; ook koorts komt voor. Klachten ontstaan meestal binnen 48 uur, maar kunnen bij dit levend verzwakte vaccin ook tussen dag 5 en 12 optreden. Lareb vond geen onverwachte of zorgwekkende bijwerkingen.

73%
ten minste één klacht (2025)
53%
reacties op de prikplaats (2025)
19%
hoofdpijn (2025)
14%
koorts (2025)
Meest gemelde bijwerkingen — aantal meldingen (Lareb-jaarrapport 2024 · prikmoment 14 maanden (BMR + MenACWY samen))
BijwerkingAantal
koorts 90
niet lekker voelen 72
huiduitslag 49
diarree 33
misselijkheid 30
slaperigheid 30
koude rillingen 20
braken 20
reactie op de prikplaats 19
koortsstuip 7

Bekijk de meldingen bij Lareb →

Cijfers & statistieken

Vaccinatiegraad BMR-basisimmuun (zuigelingen, gemeten op 2 jaar) % per geboortecohort
Vaccinatiegraad BMR-basisimmuun (zuigelingen, gemeten op 2 jaar) (% per geboortecohort) 0 25 50 75 100 2013: 94,8 % per geboortecohort 2013 2014: 93,8 % per geboortecohort 2015: 92,9 % per geboortecohort 2015 2016: 92,9 % per geboortecohort 2017: 93,6 % per geboortecohort 2017 2018: 93,6 % per geboortecohort 2019: 92,3 % per geboortecohort 2019 2020: 88,8 % per geboortecohort 2021: 88,3 % per geboortecohort 2021 2022: 88,1 % per geboortecohort 2022

Dit is de geregistreerde vaccinatiegraad. Sinds geboortecohort 2020 ontvangt het RIVM een deel van de vaccinaties anoniem; de werkelijke graad ligt daardoor iets hoger dan hier getoond.

Bron: RIVM, Vaccinatiegraad RVP — verslagjaar 2025 (rapport 2025-0019)

Onderzoek

Onderzoek naar het combinatievaccin zelf

Cohortstudie

BMR-vaccinatie en autisme: een bevolkingsstudie

Cohortstudie · 2002 · New England Journal of Medicine

Wat is onderzocht?

Deense studie die alle 537.303 kinderen volgde die tussen 1991 en 1998 werden geboren, en gevaccineerde met niet-gevaccineerde kinderen vergeleek.

Conclusie

Er werd geen verband gevonden tussen het BMR-vaccin en autisme.

Cohortstudie

BMR-vaccinatie en autisme: een landelijke cohortstudie

Cohortstudie · 2019 · Annals of Internal Medicine

Wat is onderzocht?

Zeer grote Deense studie die 657.461 kinderen volgde, ook kinderen met een hoger risico op autisme (zoals een broer of zus met autisme).

Conclusie

Het BMR-vaccin verhoogt het risico op autisme niet, ook niet bij kinderen die er gevoeliger voor zijn.

Wat is onderzocht?

Amerikaanse studie onder 95.727 kinderen met een oudere broer of zus, met aparte analyse als die broer/zus autisme had.

Conclusie

Het BMR-vaccin verhoogde het risico op autisme niet, ook niet bij kinderen met een familiair verhoogd risico.

Cochrane-review

Vaccins tegen mazelen, bof, rodehond en waterpokken bij kinderen

Cochrane-review · 2021 · Cochrane Database of Systematic Reviews

Wat is onderzocht?

Groot overzicht van 138 studies met ruim 23 miljoen deelnemers naar werkzaamheid én veiligheid van het BMR-vaccin.

Conclusie

Het vaccin beschermt goed (mazelen ~95-96%, bof 86%, rodehond 89% na twee doses) en is veilig; geen verband met autisme, ernstige bijwerkingen zijn zeldzaam.

Onderzoek naar de afzonderlijke componenten

Patiënt-controleonderzoek

Blootstelling aan antigenen in vaccins en het risico op autisme

Patiënt-controleonderzoek · 2013 · The Journal of Pediatrics

Wat is onderzocht?

Amerikaanse studie die 256 kinderen met autisme vergeleek met 752 zonder, en keek naar de totale vaccinprikkeling in de eerste twee levensjaren.

Conclusie

Meer vaccinaties of een grotere belasting van het afweersysteem gaf geen hoger risico op autisme.

Cohortstudie

Effectiviteit van BMR-vaccinatie tegen rodehond (cohortstudie)

Cohortstudie · 2022 · Global Pediatric Health

Wat is onderzocht?

Amerikaanse studie die ruim 33.000 gevaccineerde en ruim 44.000 niet-gevaccineerde kinderen volgde.

Conclusie

Het vaccin was ongeveer 79% effectief tegen rodehond; meer vaccinatie ging samen met minder rodehond.

Meta-analyse

Effectiviteit en veiligheid van bof-bevattende vaccins (meta-analyse)

Meta-analyse · 2024 · Open Life Sciences

Wat is onderzocht?

Samenvattende analyse van 17 studies naar bescherming tegen in het laboratorium bevestigde bof.

Conclusie

Het vaccin beschermt aanzienlijk tegen bof (effectiviteit rond 58-68%) en heeft een acceptabel veiligheidsprofiel.

Volledige literatuur doorzoeken: Cochrane · PubMed

Bronnen

  1. BMR-vaccinatie — uitleg en schema Rijksvaccinatieprogramma geraadpleegd 29 jun. 2026
  2. Mazelen, bof en rodehond — achtergrond RIVM geraadpleegd 29 jun. 2026
  3. Bijsluiters en productinformatie CBG — Geneesmiddeleninformatiebank geraadpleegd 29 jun. 2026
  4. Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland — verslagjaar 2025 (rapport 2025-0019) RIVM geraadpleegd 29 jun. 2026