Een eenmalige prik met kant-en-klare antistoffen die baby's in hun eerste levensjaar ongeveer een half jaar beschermt tegen ernstige ziekte door het RS-virus.
Het RS-virus is voor de meeste mensen een verkoudheid, maar jonge baby's kunnen er ernstig benauwd van worden: 1–2% van alle baby's belandt ermee in het ziekenhuis, en de meesten waren vooraf gezond. De prik bevat kant-en-klare antistoffen die direct beschermen, precies in de maanden dat het virus rondgaat (oktober t/m maart). Sinds 2025 zit de prik in het Rijksvaccinatieprogramma, voor alle baby's in hun eerste levensjaar.
binnen 2 weken na geboorte1 prik — Voor baby's geboren van 1 oktober t/m 31 maart. De JGZ geeft de prik thuis of op het consultatiebureau, in het bovenbeen.
september of oktober1 prik — Inhaalprik vóór het RSV-seizoen, voor baby's geboren van 1 april t/m 30 september.
Geen vaccin maar kant-en-klare antistoffen. Een gewoon vaccin laat het
lichaam zelf afweer aanmaken. De RSV-prik werkt anders: hij bevat de antistof
nirsevimab, die direct na de prik beschermt. Het lichaam breekt de antistof
geleidelijk af, zoals elk eiwit (halfwaardetijd ongeveer 71 dagen); de
bescherming houdt ongeveer een half jaar aan, precies een RSV-seizoen. Omdat het
lichaam zelf geen afweer hoeft aan te maken, geeft de prik weinig reacties; het
betekent ook dat de bescherming na die periode weer weg is.
Praktisch. Baby’s krijgen de prik één keer, in het bovenbeen: 50 mg bij een
gewicht onder 5 kg, 100 mg vanaf 5 kg. Hij kan op dezelfde dag worden gegeven
als andere vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma. Heeft de baby op de dag
van de prik koorts (38 °C of hoger), dan wordt de prik uitgesteld. Baby’s die
extreem vroeg geboren zijn (vóór 29 weken of onder 1.000 gram) krijgen de prik
niet direct na de geboorte. Voor kinderen met een medisch risico kan een arts
in het tweede seizoen nog een prik geven (tot 2 jaar).
Hoe goed is het onderzocht? Nirsevimab is getest in vier gerandomiseerde
studies met samen ruim 13.000 baby’s (fase 2b, MELODY, MEDLEY en HARMONIE). Het
middel is sinds oktober 2022 toegelaten in de EU en is sindsdien bij honderdduizenden
baby’s gebruikt in onder meer Spanje, Frankrijk en de VS, waar de bescherming in
de praktijk vergelijkbaar bleek met de studies (ruwweg 65–90% minder
ziekenhuisopnames). In Nederland kreeg in het eerste seizoen ruim driekwart van
de baby’s de prik; volgens het RIVM hadden zij 80% minder kans op een
ziekenhuisopname, en lagen er 75% minder baby’s met RSV op de kinder-IC’s.
Wat weten we (nog) niet? De veiligheid is in de studies een jaar lang
gevolgd; een deel van de kinderen twee seizoenen (MELODY tot dag 511, het Britse
deel van HARMONIE tot dag 731). Gegevens over de periode ná ongeveer twee jaar
zijn er nog niet. Wat wel bekend is:
In alle studies samen overleden 12 baby’s na nirsevimab en 4 in de
controlegroepen. De Amerikaanse FDA beoordeelde elk geval (met uiteenlopende
oorzaken, zoals hartafwijkingen en infecties) en achtte geen van de
sterfgevallen waarschijnlijk gerelateerd aan het middel.
In het tweede seizoen, als de antistoffen zijn uitgewerkt, werden kinderen
niet vaker of ernstiger ziek van RSV (MELODY en een groot Frans onderzoek).
Ongeveer 3–7% van de baby’s maakt zelf antistoffen tegen nirsevimab aan; de
veiligheid was bij hen niet anders dan bij de andere baby’s.
Er ontstaan soms RSV-varianten die minder gevoelig zijn voor nirsevimab,
vooral bij RSV-B. Wat dat betekent voor de werking op de lange duur, wordt
gevolgd.
Een groot Frans onderzoek (2026) zag bij geprikte baby’s iets vaker
ziekenhuisopname voor bacteriële keel-, neus- en oorinfecties en, in het
tweede jaar, voor astma. Het gaat om een statistisch verband uit
registergegevens, niet om bewezen oorzaak en gevolg. In de gerandomiseerde
studies kwamen nieuwe chronische luchtwegziekten in het eerste jaar even
vaak voor met als zonder nirsevimab (0,2%). In Frankrijk is vervolgonderzoek
naar piepende ademhaling bij peuters gepland.
Alternatieven. Zwangeren kunnen zelf een RSV-vaccin (Abrysvo) laten zetten;
dat zit niet in het Rijksvaccinatieprogramma en moet zelf betaald worden. Of de
baby daarna nog de RSV-prik krijgt, is een individuele afweging. De
Gezondheidsraad gaf de voorkeur aan de antistoffenprik voor de baby, onder meer
omdat er over de veiligheid van nirsevimab meer zekerheid is dan over die van
vaccinatie tijdens de zwangerschap. Sinds april 2026 is in de EU ook een tweede
antistof toegelaten (clesrovimab, Enflonsia); die wordt in Nederland niet in het
programma gebruikt.
Ziektebeeld
Dit vaccin beschermt tegen de volgende ziekte(s). Bekijk per ziekte het volledige ziektebeeld, de cijfers en het onderzoek.
De officiële, goedgekeurde bijsluiters per merk — bij het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) of het Nederlandse CBG (Geneesmiddeleninformatiebank).
De exacte samenstelling volgens de officiële bijsluiter. De werkzame stoffen zorgen voor de bescherming; hulpstoffen zijn nodig voor onder meer houdbaarheid en toediening.
Beyfortus
Werkzame stoffen
Nirsevimab: 50 mg in 0,5 ml of 100 mg in 1 ml (100 mg/ml); humaan IgG1κ monoklonaal antilichaam, geproduceerd in ovariumcellen van de Chinese hamster (CHO) met recombinant-DNA-technologie
Hulpstoffen
L-histidine
L-histidinehydrochloride
L-argininehydrochloride
sucrose
polysorbaat 80 (E433): 0,1 mg per dosis van 50 mg, 0,2 mg per dosis van 100 mg
Hieronder staan álle bijwerkingen die in de bijsluiter
van Beyfortus
worden genoemd, gegroepeerd op hoe vaak ze voorkomen. Klik op een categorie om
de lijst te openen. De meeste bijwerkingen zijn mild en gaan vanzelf over.
somsbij 1 tot 10 op de 1.000 mensen3
uitslag
reactie op de injectieplaats (zoals roodheid, zwelling en pijn waar de injectie is gegeven)
koorts
niet bekendfrequentie kan niet worden geschat1
overgevoeligheidsreacties
Volledige informatie staat in de bijsluiter:
Beyfortus
Gemelde bijwerkingen — Bijwerkingencentrum Lareb
Lareb vroeg ouders van ruim 4.500 baby's na de prik naar klachten (voorlopige resultaten, 30-07-2026). Van de baby's die in het RSV-seizoen geboren waren (1.741) had 84% geen enkele klacht; het meest gemeld werden meer huilen (4,4%), prikkelbaarheid (4,0%) en een reactie op de prikplek (2,8%). In de inhaalgroep (2.797 baby's, geboren buiten het seizoen) had 68% geen klachten; daar werden meer huilen (12,2%), prikkelbaarheid (9,4%) en sufheid (8,8%) het meest gemeld. Ongeveer 18% van de kinderen kreeg tegelijk één of meer andere vaccinaties. Lareb benadrukt dat dit eerste, voorlopige resultaten zijn.
Dubbelblinde, placebogecontroleerde studie bij 1.453 gezonde baby's geboren na 29 tot 35 weken zwangerschap, in beide halfronden.
Conclusie
Nirsevimab verminderde RSV-infecties met doktersbezoek met 70% en ziekenhuisopnames met 78%; bijwerkingen kwamen even vaak voor als bij placebo, zonder noemenswaardige overgevoeligheidsreacties.
Dubbelblinde fase-3-studie bij 1.490 gezonde baby's geboren na 35 weken of later, met nirsevimab of placebo en een jaar follow-up.
Conclusie
Nirsevimab verminderde RSV-luchtweginfecties met doktersbezoek met 74,5%. Het verschil in ziekenhuisopnames (62%) was in dit eerste deel nog niet statistisch significant. Ernstige ongewenste voorvallen kwamen even vaak voor als bij placebo (6,8% vs 7,3%).
Gerandomiseerde, dubbelblinde veiligheidsstudie bij ruim 900 extra kwetsbare baby's (te vroeg geboren, aangeboren hartafwijking of chronische longziekte), vergeleken met het oudere antilichaam palivizumab.
Conclusie
Het veiligheidsprofiel van nirsevimab was vergelijkbaar met dat van palivizumab, dat al jaren bij deze kwetsbare groep wordt gebruikt.
Grote pragmatische studie in Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk: 8.058 baby's kregen door loting nirsevimab of geen RSV-bescherming (niet geblindeerd).
Conclusie
Ziekenhuisopname door RSV kwam voor bij 0,3% van de baby's met nirsevimab tegenover 1,5% zonder: 83% minder opnames. Zeer ernstige RSV-ziekte nam met 76% af.
RCT (vervolgonderzoek) · 2024 · Journal of the Pediatric Infectious Diseases Society
Wat is onderzocht?
De kinderen uit de MELODY-studie werden gevolgd tot en met hun tweede RSV-seizoen, om te zien of zij na het uitwerken van de antistoffen juist ernstiger ziek zouden worden.
Conclusie
Er was geen toename van RSV-infecties en geen aanwijzing voor verergerde ziekte (antibody-dependent enhancement) bij kinderen die nirsevimab hadden gekregen.
Gepoolde analyse van RCT's · 2023 · The Lancet Child & Adolescent Health
Wat is onderzocht?
Samengevoegde gegevens van de fase-2b-studie en MELODY: 2.350 voldragen en premature baby's.
Conclusie
Nirsevimab verminderde RSV-luchtweginfecties met doktersbezoek met 79,5%, ziekenhuisopnames met 77% en zeer ernstige RSV met 86%; ook ziekenhuisopnames voor luchtwegklachten door alle oorzaken namen af (44%).
Landelijk Frans onderzoek (ANSM/CNAM) bij ruim 250.000 baby's uit de campagnes van 2023 en 2024, elk vergeleken met een niet-geprikte baby. Het 2023-cohort werd twee jaar gevolgd.
Conclusie
In het eerste jaar 66–72% minder ziekenhuisopnames door RSV. In het tweede jaar geen bescherming meer, maar ook geen terugslag (geen extra RSV-opnames). Wel werd een verband gezien met iets vaker ziekenhuisopname voor bacteriële keel-, neus- en oorinfecties, en in het tweede jaar voor astma. Dit is observationeel onderzoek: een oorzakelijk verband is niet aangetoond en andere verschillen tussen de groepen kunnen meespelen.
Het virus werd genetisch onderzocht bij ruim 1.000 Franse baby's met RSV in het seizoen 2024-2025, met en zonder nirsevimab.
Conclusie
Bij 12,5% van de RSV-B-infecties ondanks de prik had het virus veranderingen die het minder gevoelig maken voor nirsevimab (bij RSV-A 1%). Het klinische effect daarvan is nog onduidelijk; de onderzoekers pleiten voor blijvende genetische bewaking.
Hoi! Stel gerust een vraag over de vaccins, ziektes, bijwerkingen, ingrediënten of cijfers op deze site. Ik antwoord alleen op basis van wat er op vaccinatie.net staat.
Geen medisch advies. Vragen worden verwerkt via AWS (VS); deel geen persoonsgegevens.